De Veluwe is een overwegend beboste landstreek in de Nederlandse provincie Gelderland en een voormalig kwartier van het hertogdom Gelre. De Veluwe is het grootste laaglandnatuurterrein van noordwest-Europa, en meet ongeveer 1000 km². Een gebied met een oppervlakte van 91.200 ha is aangemerkt als Natura 2000-gebied. Kloksgewijs vanaf de stad Hattem in het noorden wordt het gebied ruwweg begrensd door Apeldoorn, Dieren, Arnhem, Wageningen, Ede, Barneveld en Harderwijk. Grote delen van de Veluwe bestaan uit stuwwallen uit de Saale-ijstijd. Ten noorden van Rheden, in het Nationaal Park Veluwezoom ligt bij het Rozendaalsche veld het Signaal Imbosch, het hoogste punt van de Veluwe op 110 meter hoogte. Dit is de hoogste stuwwal van Nederland en het hoogste punt van Nederland buiten Zuid-Limburg. In het noorden liggen onder andere het stuifzandgebied Leuvenhorst en het Leuvenumse Bos; ter hoogte van Apeldoorn bevindt zich Kroondomein Het Loo, dat, 10400 Hectare, het grootste landgoed in Nederland is. Ten onrechte wordt het soms gelijkgesteld met Nationaal park De Hoge Veluwe dat er minder dan een twintigste deel van uitmaakt.
 
Ontstaan
Grote delen van de Veluwe bestaan uit stuwwallen, die zo'n 150.000 jaar geleden ontstaan zijn in de voorlaatste ijstijd, het Saalien. Voorafgaand aan de ijsbedekking hadden grote rivieren daar dikke lagen zand en grind met dunnere lagen klei afgezet. Deze afzettingen zijn gevormd door de Rijn en Maas, maar ook door rivieren vanuit het oosten (o.a. door het zogenaamde eridanosriviersysteem). Toen in het Saalien, het ijs tot dit deel van Nederland oprukte werden deze rivierafzettingen opgestuwd in hoge stuwwallen, zoals de Veluwe.
 
In het zuiden van de Veluwe, bij Schaarsbergen ontstond aan de voorkant van het ijs een grote sandrvlakte door sediment uit het smeltwater. Op deze sandurs zijn ook zwerfkeien te vinden die meegespoeld zijn met het smeltwater uit de ijskap. Ten zuiden van Harderwijk en bij Nunspeet ontstond tussen het ijs en de gevormde stuwwallen een glaciaal meer, waar zandige en kleiige glaciolacustriene afzettingen gevormd zijn
 
In de laatste ijstijd (het Weichselien) kwamen de gletsjers niet tot in Nederland, maar was de bodem wel permanent bevroren (permafrost). Door de toen heersende harde winden werden lagen dekzand afgezet, met name aan de flanken van de Veluwe. Bovenop de Veluwe vond erosie plaats in deze koude periode. Door de aanwezigheid van permafrost in het voorjaar kon smeltwater van de sneeuw niet makkelijk in de ondergrond infiltreren. Het gevolg was dat het water zich ging concentreren in stromen en de ondergrond ging eroderen waardoor de sneeuwsmeltwaterdalen (of droge dalen) gevormd werden.
 
Toen het klimaat warmer werd, in het Holoceen, raakte de Veluwe bebost. In de Middeleeuwen zorgde boskap en intensieve landbouw ervoor dat de wind vat kreeg op de arme zandgronden. Hierdoor ontstonden grote zandverstuivingstuivingen en werden er stuifduinen gevormd. Door de boskap is er geen oerbos bewaard gebleven, een groot deel van de huidige Veluwse bossen is oorspronkelijk opnieuw aangeplant ten gunste van de houtproductie.
 
Het Nationale Park De Hoge Veluwe is een Park met een bijzondere geschiedenis. Het is aan het begin van de twintigste eeuw gesticht door het echtpaar Kröller-Müller. Dit echtpaar had een visie: het samenbrengen van cultuur en natuur in het begin van het algemeen. Ook nu nog werken het Park en het wereldbefaamde Kröller-Müller Museum samen om deze visie in stand te houden.
 
In het Park is voor iedereen wat te beleven. De Hoge Veluwe herbergt niet alleen een rijke flora en fauna, maar ook drie musea. Bezoekers kunnen zich voortbewegen op de witte fietsen, die in het Park zonder extra kosten te gebruiken zijn. Deze fietsen kunnen niet op slot en zijn dus door iedereen te gebruiken. Uiteraard kunnen er ook fietsen worden gehuurd, dit zijn de blauwe huurfietsen. Ook heeft het Park tandems, bakfietsen en fietsen voor mindervaliden.
 
Het Park biedt ook georganiseerde activiteiten aan. Bezoekers kunnen onder leiding van de natuurgids of de boswachter eropuit trekken om al het natuurschoon van nog dichterbij mee te maken.